Minder personeelstekorten door meer inzet op preventie

De personeelstekorten in de zorg terugdringen? Zet in op preventie en het verplaatsen van zorg, bijvoorbeeld van ziekenhuis naar huisarts of van zorg naar welzijn. Door inwoners in een vroeg stadium te ondersteunen, voorkom je problemen die druk op de zorg kunnen veroorzaken. Zorg dat duidelijk is wie verantwoordelijk is voor preventie én stel structurele financiering beschikbaar.

Dat adviseren onderzoekers in het artikel ‘Kansen voor anders werken’ van onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW). Ze beschrijven hoe het anders organiseren van zorg kan bijdragen aan het verminderen van de personeelstekorten in de sector. Ze baseren zich op eerder verschenen rapporten en interviews met zorgprofessionals.

Preventief ondersteunen

De onderzoekers concluderen dat meer aandacht voor preventie en het verplaatsen van zorg veel potentie heeft om de tekorten terug te dringen. Welzijnswerkers zoals schuldhulpverleners of jongerenwerkers kunnen helpen bij het voorkomen van problemen of in een vroeg stadium oplossen ervan. Daardoor zal er minder beroep worden gedaan op zwaardere en duurdere (medische) zorg, is de verwachting. Maatwerk is van belang: stel een pakket aan preventieve activiteiten samen die passen bij de lokale problematiek.

Welzijn betrekken bij zorgveld

Op verschillende plekken in het land blijkt zo’n lokale preventie-aanpak succesvol. Zoals Servicepunt XL in de Haagse wijk Loosduinen, waar iedereen kan binnenlopen met vragen over werk, inkomen, zorg, participatie en welzijn. Sociaal werkers reiken oplossingen aan of wijzen de weg naar passende hulp. Om welzijn meer te betrekken bij het zorgveld is de wijk ook het netwerk ‘Beter Thuis Loosduinen’ gestart, waarin sociaal werkers, zorgprofessionals én wijkbewoners participeren. “We weten elkaar goed te vinden, verwijzen makkelijk door en passende ondersteuning is sneller gevonden”, vertelt sociaal werker Linda Edelenbos. Juist bij kwetsbare doelgroepen hoeft de oorzaak van lichamelijke problematiek niet altijd medisch te zijn, merkt ze.

Huisartsenpraktijk als one-stop-shop

Ander voorbeeld is een huisartsenpraktijk in Den Haag die een one-stop-shop wil zijn voor cliënten. Medisch-specialisten zoals een radioloog en een gynaecoloog houden hier spreekuur. En ook het Wmo-loket, de leefstijlcoach en de buurtsportcoach hebben of krijgen hier een plek. In de praktijk huist ook een helpdesk geldzaken, waar cliënten laagdrempelig terechtkunnen met vragen over hun financiële situatie. Praktijkmanager Jolanda van Kesteren: “De professionals hebben korte lijnen onderling en kijken samen naar wat de cliënt nodig heeft. Die integrale kijk op gezondheid zorgt dat cliënten eerder én beter geholpen kunnen worden.”

Preventieschil in elke gemeente

De onderzoekers doen een aantal suggesties om ‘anders werken’ ook op andere plekken van de grond te krijgen en in te bedden. Zo pleiten ze in het artikel voor een ‘preventieschil’ in elke gemeente, waarbij verschillende typen welzijnswerk elkaar versterken en aanvullen. Om dit te realiseren moet een aantal randvoorwaarden op orde zijn. Zo moet de verantwoordelijkheid voor preventie goed zijn belegd, en de preventietaken wettelijk zijn verankerd. Gemeenten en andere partijen - ook van buiten het medisch en sociaal domein - werken samen aan regionale preventieplannen. Een wijkmanager kan lokaal fungeren als coördinator van preventie-activiteiten.

Oormerk middelen voor preventie

Voor meer inzet op preventie is daarnaast structurele financiering nodig, stellen de onderzoekers. Verschillende financieringsvormen zijn mogelijk. Een specifieke uitkering op basis van regionale plannen, waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor preventie, zien ze als meest voor de hand liggend. “De middelen zijn dan geoormerkt, wat borgt dat ze ook worden besteed aan preventie.” Andere genoemde financieringsopties zijn shared savings, waarbij besparingen terugvloeien naar de partij die bijdraagt aan de kostenbesparing. Of bonus-malusregelingen gericht op het zo gezond mogelijk houden van inwoners. Tenslotte is het volgens de onderzoekers belangrijk inzicht te krijgen in welke preventie-interventies kosteneffectief zijn, om daarin de juiste keuzes te kunnen maken.

Minder personeelstekorten

Meer inzet op preventie en verplaatsen van zorg lost het personeelstekort in zorg en welzijn niet op, benadrukken de onderzoekers, maar het tekort zal naar verwachting minder hard groeien dan beoogd. Volgens een schatting van ABF Research komt het tekort uit op 115.000 in plaats van 131.600 medewerkers in 2030. Financiële voordelen zijn er ook, als preventie leidt tot minder zorggebruik en -kosten. En er is maatschappelijke winst. Welzijnswerk heeft een positief effect op het welzijn en de gezondheid van inwoners, doordat problemen worden voorkomen, of opgelost voordat ze verergeren. Zo kan schuldpreventie voorkomen dat iemand dakloos raakt of gezondheidsproblemen ontwikkelt vanwege geldzorgen.


Meer aandacht voor sociaal domein

Zorgpartijen pleiten al langer voor meer aandacht voor het sociaal domein bij preventie. In een paper gericht aan de Tweede Kamer dringen huisartsen, ziekenhuizen, ggz-instellingen en ouderenzorgorganisaties aan op meer samenwerking in de keten van sociaal domein, eerstelijns-, tweedelijns- en langdurige zorg. Zorgprofessionals zien nu veel cliënten met zorgvragen waarachter vaak andere vraagstukken schuilgaan. Denk aan eenzaamheid, slechte huisvesting, laaggeletterdheid of werkloosheid. Het beperken en voorkomen van (zwaardere) zorg is essentieel om de groeiende vraag naar (ouderen)zorg op te kunnen vangen, aldus de zorgpartijen. Ze vragen de politiek onder meer om versnippering van preventie-initiatieven te voorkomen. En om bestaande samenwerkingsverbanden en initiatieven te stimuleren en te verbreden.

Pilot levensloopgeneeskunde

Een voorbeeld hiervan is de pilot rondom levensloopgeneeskunde in het Reinier de Graaf ziekenhuis, waarbij patiënten naast medische zorg ook ondersteuning krijgen bij maatschappelijke hulpvragen. “We willen te gast zijn in het leven van onze mensen in de regio en dat betekent ook dat we daarin een stapje terugdoen”, lichtte bestuursdirecteur en gynaecoloog Carina Hilders onlangs toe in een interview. “Patiënten moeten zelf zorgen dat ze langer gezond blijven. We moeten veel meer samenwerken met andere partners in de regio om dat voor elkaar te krijgen. Dat is dus niet alleen die operatie plannen of dat pilletje voorschrijven, maar veel breder dan dat. Dat gaat over eenzaamheid, schuldsanering of woningnood: allerlei aspecten die van invloed zijn op iemands gezondheid.”

Soms afzien van behandeling

De bewustwording dat er andere problematiek ten grondslag kan liggen aan de klachten van een patiënt, dat is volgens Hilders heel belangrijk. “Het kan bijvoorbeeld betekenen dat je soms moet afzien van behandeling en dat zijn we als professionals soms nog niet gewend. Dat komt wel steeds meer, met gedeelde besluitvorming bijvoorbeeld.”